Antwoorden diagnostische toets

Online Portal voor leerlingen maatschappijleer

Aan het einde van het opdrachtenboek vind je een diagnostische toets. Hieronder vind je de antwoorden om te controleren hoe goed je de stof al beheerst.

1) Als eerste: de meningen over de onderwijsnota zijn verdeeld staat meteen in alinea 1. Ten tweede: onderwijs betreft veel mensen. Ten derde: de overheid zou dit kunnen oplossen, die heeft het gezag en de macht om onderwijs vorm te geven.

2) Aan de ene kant dat het gaat om het verzorgen van onderwijs aan alle leerlingen (behoort bij het welzijnsdilemma) en aan de andere kant de vrijheid van onderwijs voor mensen met verschillende levensbeschouwingen (cultuurdilemma).

3) Welzijnsdilemma omdat het gaat om het verzorgen van goed onderwijs aan leerlingen en dat heeft met de verdeling van welzijn te maken. En cultuurdilemma omdat het heeft te maken met het dilemma tussen diversiteit en eenheid.

4) Welzijnsdilemma:

A: KB

W: gelijkheid

B: –

A: VB

W: eigen verantwoordelijkheid

B: –

Cultuurdilemma, 2 van de volgende 3:

A: KB

W: diversiteit

B: –

A: RB

W: pluriformiteit

B: –

A: VB

W: eenheid

B: –

5) KB en RB. Want RB heeft een minister (alinea 5) geleverd en KB wordt ‘coalitiepartij’ genoemd in alinea 4. VB is een oppositiepartij (staat in alinea 3).

6) De uitvoerende macht (minister) en de wetgevende macht (politieke partijen in het parlement).

7) Vrijheid van godsdienst (artikel 6 GW).

8) Het maatschappelijk middenveld, want de schoolleiders worden uitgenodigd.

9) Verbinden, want in regel 4 en 5 van alinea 6 wordt gesproken over ‘opvoeden tot goede burgers’. Burgerschap gaat over verbinden.

10) In de laatste regel gaat het over het bieden van kansen. Dat gaat over verheffen.

11) VB: conservatisme want ze zijn voor eigen verantwoordelijkheid en voor eenheid.
KB: socialisme want ze zijn voor gelijkheid en diversiteit.
RB: liberalisme want ze zijn voor pluriformiteit en in alinea 8 gaat het over eigen verantwoordelijkheid en vrijheid van scholen en zelfontplooiing. Dat zijn typerende liberale idealen.

12)

A: RB

W: supranationalisme

B: –

A: VB

W: autonomie

B: –

Toelichting: RB wil een gezamenlijk Europees onderwijsbeleid en dat gaat nog verder dan alleen samenwerking. Bleijerland zou een deel van de autonomie kwijt raken. VB wil dat absoluut niet en is voor autonomie.

terug naar hoofdstuk 8havo maatschappijleer