§8.4 Europese Grondwet

Online Portal voor leerlingen maatschappijleer

Paragraaf 8.4 nog eens herhalen? Bekijk hieronder het instructiefilmpje bij deze paragraaf.

Zo rond 2000 ging het goed met de Europese samenwerking. Landen waren positief en er kwamen veel nieuwe lidstaten bij. In 2004 werden Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië lid van de Europese Unie. In totaal waren er nu 25 lidstaten. Met deze veranderingen besloot de EU dat het tijd was om één overzichtelijk verdrag te sluiten: een Europese Grondwet. De EU was gebaseerd op meerdere verdragen (de primaire wetgeving) uit verschillende jaren.

In 2004 kwam er een akkoord over een grondwet voor de EU genaamd het ‘Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa’. Alle lidstaten moesten dit daarna laten goedkeuren in hun land. In Nederland is hier een referendum over gehouden, zoals je in het lesboek al hebt kunnen lezen. In principe was dit referendum raadgevend en had de Tweede Kamer alsnog een ander besluit kunnen nemen. De uitslag was echter vrij duidelijk: 61,5% stemde tegen de Europese Grondwet. Jan-Peter Balkenende van het CDA was op dat moment premier van Nederland en hij liet weten dat de uitslag van het referendum aangenomen ging worden en dat Nederland de Europese Grondwet niet ging goedkeuren. In Frankrijk gebeurde ongeveer hetzelfde en daarmee waren er al twee landen tegen. De lidstaten bleven verdeeld en daarmee ging de Europese Grondwet in juli 2007 definitief van de baan.

Na deze mislukte poging werd in 2007 wel besloten om een nieuw verdrag te sluiten. Over dit Verdrag van Lissabon kun je in het lesboek in paragraaf 8.4 meer lezen. Dit is tot op de dag van vandaag het meest recent gesloten verdrag van de EU. Het Verdrag van Lissabon is vanaf 2009 in werking.

naar §8.4 het gebouw van het Europees Parlementhavo maatschappijleer

terug naar hoofdstuk 8havo maatschappijleer