§6.3 Samenstelling van het parlement

Online Portal voor leerlingen maatschappijleer

Paragraaf 6.3 nog eens herhalen? Bekijk hieronder het instructiefilmpje bij deze paragraaf.

Het parlement bestaat uit de Eerste en Tweede Kamer, zoals je in het lesboek al hebt gelezen. In de Eerste Kamer zitten 75 zetels, letterlijk stoelen, en dus zijn er 75 leden van de Eerste Kamer. De Tweede Kamer heeft 150 zetels. Een groep leden in de Kamer die hoort bij dezelfde politieke partij heet een fractie.

Op de site van de Tweede Kamer kun je precies zien wie er in de Tweede Kamer zitten, hoe oud ze zijn en waar ze wonen. Ook is hun anciënniteit vermeld, dat weergeeft hoelang iemand al in de Tweede Kamer zit. De meeste zetels in de Tweede Kamer zijn nu bezet door een lid van de VVD, namelijk 33. De PVV fractie is daarna het grootste met 20 zetels en het CDA volgt met 19 Tweede Kamerleden. De leden van de fracties zitten geordend op hun links-rechts positie in de politiek. De PVV fractie zit dus helemaal rechts gezien vanaf voorin de zaal, de SP zit helemaal links.

Ook alle 75 leden van de Eerste Kamer zijn te vinden op haar website. Je ziet daar een plattegrond met wie waar zit en bij welke partij hij of zij hoort. Ook in de Eerste Kamer zijn de meeste leden afkomstig van de VVD, maar daarna volgt het CDA en daarna D66. Dit kan verschillen omdat de leden niet op hetzelfde moment gekozen worden en ook niet op dezelfde manier. Leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door iedereen in Nederland die mag stemmen. Leden van de Eerste Kamer worden gekozen door leden van de Provinciale Staten. De leden van de Provinciale Staten zijn wel rechtstreeks gekozen door het volk, via de provinciale verkiezingen. In dit document kun je zien hoe de fracties van de verschillende politieke partijen in de Eerste Kamer zijn veranderd over de tijd. Er is een overzicht gemaakt van de Eerste Kamerleden van 1946 tot nu. Zo kun je bijvoorbeeld zien dat het CDA en de PvdA lange tijd de twee grootsten zijn geweest, terwijl dat nu anders is.

 

naar §6.3 politieke partijenhavo maatschappijleer

 

terug naar hoofdstuk 6havo maatschappijleer